1. Bepaal eerst de kleinste zinvolle besliseenheid
Een go/no-go-besluit geldt niet automatisch voor een hele groep. Leg de besliseenheid vast als de combinatie van juridische entiteit, SIREN, operationele richting en relevante gegevensstroom. De richting is minimaal ontvangen of verzenden; voor e-reporting moet bovendien duidelijk zijn welke transactie- of betaalgegevens worden geraakt. SIRET, vestiging, ERP, factuurkanaal en PA-configuratie kunnen als onderliggende kenmerken worden toegevoegd, maar mogen het juridische eigenaarschap op SIREN-niveau niet vertroebelen. Zo voorkomt u dat een geslaagde test voor één verkooporganisatie ten onrechte als bewijs voor alle dochtermaatschappijen wordt gebruikt. De wettelijke kalender vormt de eerste afbakening. Vanaf 1 september 2026 moeten alle betrokken ondernemingen elektronische facturen kunnen ontvangen. Grote ondernemingen en ETI’s beginnen dan ook met uitreiken en e-reporting; voor kmo’s en micro-ondernemingen begint die uitreik- en e-reportingfase op 1 september 2027. Bevestig de feitelijke categorie en fiscale reikwijdte met actuele officiële informatie en, waar nodig, gekwalificeerd belastingadvies. Een groepslabel, omzetklasse uit een oud projectdocument of de planning van de softwareleverancier is daarvoor onvoldoende. Maak vervolgens één regel per besliseenheid, bijvoorbeeld ‘SIREN 123…, ontvangst binnenlandse B2B-facturen via PA A’ of ‘SIREN 456…, uitgaand verkoopproces vanuit ERP B inclusief toepasselijke e-reporting’. Eén geblokkeerde entiteit hoeft een andere aantoonbaar onafhankelijke entiteit niet te blokkeren. Omgekeerd mag een gedeeld kritisch component, zoals één PA-koppeling of dezelfde ontbrekende stamdatafeed, wél meerdere besluiten raken. De beslisregel is eenvoudig: dezelfde wettelijke reikwijdte, dezelfde technische route en dezelfde verantwoordelijke beheersing kunnen samen worden beoordeeld; zodra één van die drie verschilt, maakt u een aparte regel.