1. Baken 1–7 september af: entiteiten, stromen en beslisrechten
Behandel de eerste zeven kalenderdagen als een tijdelijke operationele periode met verscherpte regie, niet als een nieuw permanent proces. Begin met een matrix per juridische entiteit: SIREN/SIRET, rol als leverancier of afnemer, gebruikte plateforme agréée (PA), ERP- of boekhoudomgeving, factuurformaat zoals Factur-X, UBL of CII, relevante bank- en betaalstroom en verantwoordelijke accountant. Voeg per stroom toe of het gaat om ontvangen, uitgereikte of grensoverschrijdende transacties, levenscyclusstatussen of e-reporting van transactie- en betaalgegevens. Zo ziet het team onmiddellijk welke Franse entiteit en welke verplichting door een incident geraakt kunnen zijn. Wijs vervolgens rollen toe: een commandoleider voor prioriteiten, een PA-contact voor platformdiagnose, een ERP-eigenaar voor brondata en interfaces, AP/crediteuren voor ontvangst en betaling, AR/debiteuren voor uitreiking en klantcontact, tax/compliance voor kwalificatie en een accountant of financial controller voor boeking en afstemming. Leg beslisrechten expliciet vast. Alleen de aangewezen rol mag bijvoorbeeld een continuïteitskopie vrijgeven, een betaalblokkade opheffen, een factuur opnieuw aanbieden of een casus sluiten. Stel ook vervangers en overdrachtstijden vast. Dit rollenmodel is een aanbevolen interne beheersmaatregel, geen door de DGFiP voorgeschreven organisatieschema. De officiële startinformatie benadrukt wel dat een incident bij een derde de onderneming niet ontslaat van haar eigen controleplicht: verwerk beschikbare stromen, isoleer geblokkeerde stromen, documenteer wat gebeurt en regulariseer. De septemberdata blijven van toepassing; pragmatisch incidentbeheer is geen respijtperiode of veilige haven. Controleer vóór de start actuele officiële instructies, PA-contracten en de feitelijke fiscale en boekhoudkundige behandeling.