Frankrijk · eerste e-reportingperiode

De eerste e-reportingperiode in Frankrijk afstemmen

Stem Franse transactie- en betaalgegevens van ERP tot PA af vóór de eerste termijn, met controlepunten, beslisregels en een rekenvoorbeeld.

Praktische samenvatting:
  • Houd binnenlandse B2B-e-facturen, dagelijkse B2C-aggregaten, internationale B2B-documenten en toepasselijke ontvangsten in afzonderlijke controlebanen.
  • Koppel vóór het einde van de eerste tiendaagse cyclus elke SIREN aan het bevestigde btw-regime, de officiële datum en één termijnverantwoordelijke.
  • Blokkeer interne aftekening zodra een verwachte sleutel geen herleidbare PA-uitkomst heeft of een correctie niet naar de bron terug te voeren is.
Laatst gecontroleerd: 7 september 2026Officiële bronnenDuidelijke samenvattingPraktische informatie, geen juridisch advies
Officiële bronnen eerst
Controledatums zichtbaar
Gratis checker zonder registratie

Wat u moet weten

Gids

1. Wie moet nu handelen en wat moet worden afgestemd?

De Franse hervorming is volgens Service-Public op 1 september 2026 in werking getreden. Sinds die datum moeten alle betrokken ondernemingen elektronische facturen kunnen ontvangen. Grote ondernemingen en middelgrote ondernemingen van het type ETI moeten sinds diezelfde datum ook elektronische facturen uitreiken en e-reporting uitvoeren. Kleine en middelgrote ondernemingen en micro-ondernemingen volgen voor uitreiking en e-reporting op 1 september 2027. De eerste productiepopulatie voor e-reporting betreft dus niet automatisch iedere Franse onderneming, maar de ondernemingen die vanaf september 2026 onder de eerste uitgifte- en rapporteringsfase vallen. Bevestig dit per juridische entiteit en SIREN; groepsomvang, btw-positie en operationele inrichting mogen niet uit een handelsnaam of geconsolideerd ERP worden afgeleid. E-reporting is de gereglementeerde doorgifte van transactiegegevens en, waar van toepassing, betaalgegevens aan de Franse administratie via een plateforme agréée (PA). Het is iets anders dan e-facturatie: een binnenlandse B2B-e-factuur wordt als gestructureerde factuur via het gereglementeerde stelsel uitgewisseld, terwijl e-reporting onder meer gegevens over B2C-transacties en internationale B2B-transacties omvat. Het is ook geen vervanging voor de boekhouding, de btw-aangifte of interne omzetrapportage. Die registraties blijven juist belangrijke bronnen en controlegegevens. Alleen een geregistreerde PA kan de gereglementeerde factuur-, transactie- en betaalgegevens aan de administratie doorgeven. De onmiddellijke opdracht voor de teams financiën, fiscaliteit en gegevensbeheer is daarom: stel per SIREN vast welke stromen in de eerste periode vallen, leg vast welk btw-regime de kalender bepaalt en bewijs vervolgens de keten van bron tot PA-resultaat. Een technisch bericht dat ‘verzonden’ lijkt, bewijst nog niet dat alle verwachte activiteiten zijn opgenomen, geaccepteerd en vrij van duplicaten. Omgekeerd is een verschil niet per definitie een fout: een boekhoudkundige omzetrekening kan ook posten bevatten die buiten de gekozen e-reportingbaan vallen. Het verschil moet wel verklaard en herleidbaar zijn. Houd drie verantwoordelijkheden uit elkaar. Het fiscale team bepaalt de fiscale indeling, bijvoorbeeld of btw bij ontvangst verschuldigd is en of verlegging of de optie voor het debetstelsel geldt. Het financiële team beheert aansluiting op grootboek, btw-rekening en afsluiting. Het gegevens- of IT-team bewaakt selectie, transformatie, versie en technische resultaten. De PA levert transmissie- en ontvangstbewijs, maar neemt de interne volledigheidscontrole niet over. De verwijzingen in de DGFiP-documentatie naar onder meer CGI-artikelen 290 en 290 A en de bijbehorende bepalingen in bijlage II en bijlage IV zijn wettelijke bronverwijzingen; deze gids geeft daarop geen juridische uitleg. Laat twijfelgevallen beoordelen door een bevoegde Franse adviseur.

Gids

2. Kies de juiste kalender op basis van het btw-regime

De officiële DGFiP-frequentiefiche met aanduiding ‘MAJ août 2026’ koppelt de frequentie aan het btw-regime. Gebruik niet één groepskalender als verschillende SIREN-entiteiten een ander regime hebben. Neem de toegepaste regimecode, de bron waaruit die is bevestigd, de eigenaar van de termijn en een interne afsluitdatum op in het periodedossier. De interne afsluitdatum is een beheersmaatregel van de onderneming en geen wettelijke DGFiP-termijn. | Btw-regime | Transactiegegevens | Betaalgegevens, indien van toepassing | |---|---|---| | Normale maandregeling | Per tiendaagse periode: dagen 1–10 uiterlijk op de 20e van dezelfde maand; dagen 11–20 uiterlijk op de 30e van dezelfde maand, behalve februari; dagen 21–maandeinde uiterlijk op de 10e van de volgende maand | Maandelijks, vóór de 10e van de volgende maand | | Normale regeling met kwartaaloptie omdat jaarlijks minder dan € 4.000 btw wordt betaald | Maandelijks, vóór de 10e van de volgende maand | Maandelijks, vóór de 10e van de volgende maand | | Vereenvoudigde btw-regeling | Maandelijks, uiterlijk op een datum tussen de 25e en 30e van de volgende maand | Maandelijks, uiterlijk op een datum tussen de 25e en 30e van de volgende maand | | Vrijstelling/franchise en base | Tweemaandelijks per kalenderperiode, uiterlijk op een datum tussen de 25e en 30e van de maand na het einde van de periode | Tweemaandelijks per kalenderperiode, uiterlijk op een datum tussen de 25e en 30e van de maand na het einde van de periode | Voor een onderneming onder de normale maandregeling vormt 1 tot en met 10 september 2026 de eerste tiendaagse transactieperiode. De fiche noemt 20 september 2026 als termijn. Vandaag is het 7 september 2026: die periode is nog niet voltooid en een definitieve populatie kan dus nog niet worden afgetekend. Wel kunnen de selectie, dagelijkse controletotalen en bewijsstroom al proefgewijs worden opgebouwd. De betaalgegevens van september, voor zover meldingsplichtig, hebben bij dit regime een maandfrequentie en moeten volgens de fiche vóór 10 oktober worden aangeleverd. De tabel reproduceert de officiële timing, maar verzin geen verschuiving als een genoemde datum geen werkdag is. Controleer vóór iedere cyclus de actuele DGFiP-fiche en laat de behandeling van weekenden en feestdagen zo nodig bevestigen. Voor termijnen die als een bandbreedte zijn weergegeven, moet de werkelijk toepasselijke datum uit de actuele officiële informatie en de inrichting bij de PA blijken; kies niet eigenhandig de 30e als universele datum. Wijs per entiteit één termijnverantwoordelijke en één vervanger aan. Laat de eigenaar een interne stopzetting voor mutaties bepalen, bijvoorbeeld na de laatste bronlading maar ruim vóór verzending. Noteer die keuze als aanbevolen interne controle, inclusief wie een late factuur, kassacorrectie of ontvangst na die stopzetting mag vrijgeven. Een vroege interne afsluitdatum mag nooit stilzwijgend legitieme activiteiten uit de wettelijke periode verwijderen: late bronmutaties komen in een gecontroleerde correctieroute met een nieuwe versie en een aantoonbare beslissing.

Gids

3. Bevries een reproduceerbare scope per SIREN, periode en gegevensbaan

Een betrouwbare afstemming begint met een afbakeningsblad dat iemand anders opnieuw kan uitvoeren. Leg minimaal vast: SIREN en juridische naam, btw-regime, rapporteringsperiode, extractietijdstip, bronversies, gekozen transactie- of betaalgegevensbaan, selectiecriteria, uitsluitingsredenen en verantwoordelijke personen. Gebruik een onveranderlijk periodekenmerk en een versienummer voor iedere extractie. Bewaar zowel de oorspronkelijke selectie als latere correcties; alleen een overschreven eindbestand laat niet zien waarom totalen veranderden. Splits de populatie in herkenbare banen. Binnenlandse B2B-e-facturen behoren tot het e-facturatieproces en mogen niet zonder analyse nogmaals als dezelfde e-reportingtransactie worden ingestuurd. B2C-transacties en transacties met niet-belastingplichtige afnemers worden volgens de DGFiP-transactiefiche per dag geaggregeerd. Internationaal B2B is in belangrijke mate factuurniveau: toepasselijke gegevens kunnen identificatoren, landen, goederen- of dienstencategorie, uitgiftedatum, uniek factuurnummer, belastbare grondslag en btw per tarief, totalen en valuta omvatten. De toepasselijkheid verschilt per geval en enkele meer gedetailleerde regel-, korting- en kostengegevens worden pas vanaf 1 september 2027 gefaseerd. Maak daarom geen universele veldlijst tot selectiecriterium. Maak een aparte betaalgegevensstroom. Die omvat niet alle bankbewegingen, maar alleen verrichtingen waarvoor btw bij ontvangst opeisbaar is, zoals bepaalde diensten en voorschotten op goederen. De DGFiP-betaalfiche noemt uitsluitingen zoals verrichtingen onder verlegging en gevallen met de optie om btw volgens het debetstelsel te voldoen. Een bankregel is slechts bewijs van geldbeweging; de fiscale kwalificatie bepaalt of de regel in de rapporteringspopulatie thuishoort. Breng per baan ook de bron in kaart. Voor B2C kunnen dat kassasysteem, webshop, verkoopboek en ERP zijn. Voor internationaal B2B kunnen facturatie, orderbeheer en ERP samen de sleutelvelden leveren. Voor betaalgegevens zijn bank of liquiditeitsbeheer, debiteurenmatching en de fiscale factuurkenmerken nodig. Documenteer welk systeem leidend is voor aantal, bedrag, btw-tarief, datum en status. Als twee bronnen hetzelfde veld kunnen wijzigen, leg dan de voorrangsregel en het tijdstip van synchronisatie vast. Uitsluitingen verdienen evenveel bewijs als opgenomen posten. Gebruik redenklassen zoals ‘binnenlandse B2B-e-factuur’, ‘buiten periode’, ‘verlegging’, ‘optie debetstelsel’, ‘niet-operationele grootboekpost’ of ‘testtransactie’. Laat het fiscale team de fiscale reden goedkeuren en het datateam het technische filter aantonen. Versieer wijzigingen met oude waarde, nieuwe waarde, oorzaak, beslisser en tijdstip. Zo blijft duidelijk of een verschil is ontstaan door een boekhoudcorrectie, veranderde classificatie, bronvertraging of een nieuwe technische regel.

Gids

4. Bouw een bewijsbare keten van bron tot PA en bevestiging

De bewijsvoering moet de hele route beslaan: ERP, facturatie of kassasysteem; bank of liquiditeitsbeheer waar betaalgegevens gelden; extractie en transformatie; aanlevering aan de PA; en het teruggekomen resultaat. Een schermafbeelding van een PA-dashboard is nuttig als momentopname, maar onvoldoende als enige onderbouwing. Het dossier moet laten zien welke bronpopulatie onder welke versie is verwerkt, welke regels zijn verzonden en welke bevestiging, afwijzing of nog onbekende uitkomst bij diezelfde regels hoort. Gebruik stabiele interne sleutels die niet door transformatie verdwijnen. Voor factuurniveau kan dit een combinatie zijn van SIREN, brondocument-id en documentversie. Voor B2C-aggregaten kan de controlesleutel bestaan uit SIREN, vestiging, kalenderdatum, categorie en btw-tarief. Voor betaalgegevens zijn ontvangst-id, werkelijke ontvangstdatum, factuur- of allocatiereferentie en tariefbaan relevant. De PA kan eigen identificatiewaarden toevoegen; bewaar de koppeltabel tussen interne sleutel, extractieversie, PA-controlespoor en resultaat. Verzin geen universele officiële statusnaam: leg de feitelijke termen en betekenis van de gekozen PA vast. | Controlegrens | Controlesleutel | Aantal | Belastbare grondslag | Btw- of betaalwaarde | Bewijs aan de grens | |---|---|---:|---:|---:|---| | Bronsysteem → extractie | SIREN + periode + bron-id/dag-categorie-tarief | Verwachte documenten of aggregaatregels | Som per tarief en categorie | Btw per tarief of werkelijk ontvangen bedrag | Bevroren bronrapport en selectiequery/-export | | Extractie → transformatie | Interne sleutel + extractieversie | Invoerregels versus uitvoerregels | Voor/na per classificatie | Voor/na plus verklaarde afronding | Regeltoewijzing, uitzonderingslog en versiehash | | Transformatie → PA | Aanleverings-id + interne sleutel | Aangeboden regels | Aanleveringstotalen per stroom | Btw-totaal of betaalwaarde van de aanlevering | Aanleverbestand/export en verzendregistratie | | PA → resultaat | PA-controlespoor + interne sleutel | Geaccepteerd, afgewezen, onbekend | Totalen per resultaatklasse | Waarden per resultaatklasse | Exporteerbare bevestigingen en foutdetails | | Resultaat → grootboekcontrole | SIREN + periode + rekening/tarief | Aangesloten populatie | Rapporteringsbasis versus grootboekbrug | Btw-rekening of ontvangstencontrole | Aansluitschema met verklaarde verschillen | Een goede afstemming is tweezijdig. Begin vanuit iedere verwachte bronpost en bewijs dat deze in de juiste baan en resultaatklasse belandt. Begin daarna vanuit iedere aan de PA aangeboden regel en bewijs dat er precies één geldige bron of toegelaten correctie achter zit. De eerste richting vindt ontbrekende posten; de tweede vindt duplicaten, verweesde regels en herhaalde verzendingen. Totalen alleen tonen geen één-op-één- of aggregaatrelatie. Maak bewijs exporteerbaar. Vraag niet alleen of een scherm filters heeft, maar of het financiële team een periodepakket kan downloaden met selectieparameters, versies, regelidentificatoren, tijdstippen, resultaatdetails en totalen. Beperk toegang per rol, maar voorkom dat uitsluitend een externe beheerder de controle-informatie kan ophalen. Leg vast wie eigenaar is van bronbewijs, transformatiebewijs, PA-bewijs en uiteindelijke aftekening. Dit zijn aanbevolen interne controles; DGFiP schrijft hiermee geen specifiek bestandsformaat, bewaartermijn, tolerantieniveau of servicenorm voor.

Gids

5. Stem transactiegegevens af zonder fouten in nettototalen te verbergen

Voor B2C en transacties met niet-belastingplichtige afnemers verlangt de DGFiP-transactiefiche dagelijkse aggregatie. Bouw de interne afstemming daarom op per kalenderdag, relevante categorie en btw-tarief. Vergelijk per controlesleutel het aantal onderliggende kassabonnen of verkoopregels, de belastbare grondslag exclusief btw en de bijbehorende btw. Bewaar de onderliggende detailtelling intern, ook als de doorgifte geaggregeerd is. Daarmee kan een afwijking in een dagtotaal worden teruggebracht tot een kassa, webshopkanaal, retour, sluitingsrun of handmatige journaalpost. Voor internationaal B2B is de controle veelal documentgericht. Vergelijk de geselecteerde facturen en creditnota’s met de bronpopulatie op unieke factuurreferentie, datum, land- en afnemerskenmerken, goederen- of dienstencategorie, valuta en de toepasselijke grondslag en btw per tarief. Controleer dat correcties en creditnota’s niet alleen het grootboek hebben bereikt, maar ook in de rapporteringsselectie en de juiste periodebehandeling zichtbaar zijn. Geef geen automatische fiscale conclusie aan een buitenlands adres: laat het fiscale team de classificatie en btw-behandeling beoordelen. Voer altijd een tweerichtingsvolledigheidstest uit. De route bron → extractie → PA-resultaat moet voor iedere verwachte sleutel één verklaarde uitkomst geven. De route PA-aanbod → extractie → bron moet aantonen dat iedere aangeleverde regel legitiem en niet dubbel is. Gebruik afzonderlijke overzichten voor ontbrekend in extractie, uit extractie verwijderd, door de PA afgewezen, nog zonder resultaat, gecorrigeerd en mogelijk dubbel. Een nulverschil op het eindtotaal is pas overtuigend als deze uitzonderingsbakken leeg of goedgekeurd zijn. Totalen over de hele populatie kunnen compenserende fouten verbergen. Een vergeten B2C-dag van € 2.000 grondslag en een onterecht dubbel opgenomen internationale creditnota van € 2.000 kunnen netto nul opleveren, terwijl beide populaties fout zijn. Hetzelfde geldt wanneer € 600 tegen 10% in de bron als € 600 tegen 20% in de extractie staat: de grondslag sluit aan, maar de tariefindeling en btw niet. Controleer daarom per dag, baan, categorie, tarief, valuta en resultaatklasse, niet alleen geconsolideerd. Leg voor valuta vast welke bronwaarde, valutacode en eurocontrole worden gebruikt. De rapporteringsvereisten verschillen per veld en situatie; dwing geen zelfbedachte universele omrekenregel af. Vergelijk de toegepaste eurobedragen met de boekhoudkundige vastlegging en bewaar koersbron en boekingsdatum als intern bewijs. Stel daarnaast een kleine technische afrondingscontrole in op regelniveau en aggregatieniveau. Iedere interne tolerantie moet zichtbaar als ondernemingsbeleid zijn gemarkeerd, met eigenaar en escalatie; zij is geen DGFiP-materialiteitsgrens. Laat het fiscale team alle nieuwe of gewijzigde classificaties beoordelen: nieuw land, nieuw tarief, nieuwe productcategorie, uitzonderlijke creditnota of gewijzigde klantstatus. Laat het datateam vervolgens bewijzen dat de goedgekeurde classificatie in de transformatie terechtkomt. Zo blijft fiscale beoordeling gescheiden van technische uitvoering en kan een reviewer vaststellen of een afwijking uit beleid, brondata of koppeling komt.

Gids

6. Stem alleen toepasselijke betaalgegevens af

Betaalgegevens zijn geen kopie van het bankafschrift. De DGFiP-fiche beperkt deze e-reporting tot verrichtingen waarvoor btw bij ontvangst opeisbaar is, bijvoorbeeld bepaalde diensten en voorschotten op goederen. Verrichtingen onder verlegging en gevallen waarin voor het debetstelsel is gekozen, worden in de fiche als uitsluitingen genoemd. Maak daarom eerst een fiscaal goedgekeurde populatie van relevante facturen of verrichtingen en match daarna de daadwerkelijke ontvangsten. Selecteer nooit alle bijschrijvingen op een omzetrekening of alle klantbetalingen omdat dat technisch eenvoudig is. De kerncontrole gebruikt de werkelijke ontvangstdatum en het werkelijk ontvangen bedrag in euro per btw-tarief. Behandel deelbetalingen als deelbetalingen: een ontvangst van € 12.000 op een factuur van € 24.000 mag niet automatisch het volledige factuurbedrag als ontvangen markeren. Wanneer één betaling over meerdere facturen wordt verdeeld, bewaar dan zowel de bankreferentie of de referentie van het liquiditeitsbeheer als de allocatieregels, de verdelingsdatum en de gebruikte tariefbanen. Een onverdeelde ontvangst blijft in een uitzonderingswachtrij totdat de fiscale en administratieve toerekening verantwoord is. Scheid terugbetalingen, storneringen en niet-toegewezen gelden. Een terugbetaling kan samenhangen met een eerder gemelde ontvangst, maar de correctiebehandeling moet uit de feiten en de actuele regels volgen. Niet-toegewezen geld is nog geen bewijs van een rapporteerbare klanttransactie. Laat het fiscale team bepalen of en wanneer de gebeurtenis in de betaalgegevens hoort; laat liquiditeitsbeheer of debiteurenbeheer aantonen welk geld daadwerkelijk is ontvangen en aan welke verrichting het is gekoppeld. Voor een binnenlandse B2B-e-factuur die bij een PA is gedeponeerd, vermeldt de fiche dat betaalgegevens via verrijking van de status ‘Encaissée’ lopen. Controleer of het ERP of de connector een gedeeltelijke ontvangst, werkelijke ontvangstdatum, bedrag en factuurreferentie zonder verlies aan de PA kan doorgeven. Voor een internationale B2B-verrichting zonder gedeponeerde e-factuur worden betaalgegevens factuur voor factuur in een globale stroom aangeleverd. B2C-betaalgegevens worden per dag van ontvangst geaggregeerd. Deze drie routes vragen verschillende sleutels en mogen niet in één onverklaarde banksom worden samengevoegd. Bouw de afstemming in lagen: relevante fiscale populatie → openstaande posten → werkelijke ontvangst → allocatie per factuur of dag → extractie → PA-resultaat. Vergelijk per laag aantallen en bedragen en verklaar timingverschillen. Controleer ook of de btw-rekening of een specifiek ontvangstcontroleveld de verwachte beweging toont, maar beweer niet dat elk grootboektotaal rechtstreeks gelijk moet zijn aan de e-reportingwaarde. Brugposten kunnen nodig zijn voor niet-toepasselijke ontvangsten, intercompany, kostenrestituties, wisselkoersverschillen of boekingen buiten de periode. De belangrijkste beslisscheiding is die tussen fiscaal oordeel en technische matching. Een algoritme kan een bankregel waarschijnlijk aan een factuur koppelen; het mag niet zelfstandig besluiten dat btw bij ontvangst geldt. Omgekeerd kan het fiscale team een ontvangst als relevant aanmerken terwijl de technische koppeling nog onzeker is. Markeer die regel dan als geblokkeerd of handmatig te onderzoeken, in plaats van een vermoedelijk bedrag door te sturen.

Gids

7. Behandel ontbrekende, afgewezen, verkeerde, dubbele en onbekende resultaten beheerst

De praktische startgids van de DGFiP maakt een belangrijk onderscheid: gegevens kunnen correct bestaan maar tijdelijk niet verzonden kunnen worden, of de gegevens worden inhoudelijk niet correct geproduceerd. Een tijdelijke e-reportingmoeilijkheid hoeft de bedrijfsactiviteit niet stil te leggen. Bewaar in beide gevallen de gegevens en het incidentbewijs, maar kies een andere herstelactie. Verstuur geen gegevens waarvan bekend is dat zij kennelijk verkeerd zijn. Na regularisatie moeten de gecorrigeerde gegevens weer aansluiten op facturen, ontvangsten en boekingen. Dit is geen belofte van boetebescherming, uitstel of een juridische vrijwaring. Gebruik deze begrensde beslisboom: 1. **Bestaat de verwachte bronpost?** Zo nee, herstel eerst de bronregistratie en documenteer periode, verrichting, klant, bedrag, btw en eventuele betaalgegevens. Zo ja, ga verder. 2. **Staat de post in de bevroren extractie?** Zo nee, bepaal of de selectie, timing of classificatie fout is. Maak een gerichte correctieversie; voer geen volledige herhaling uit. 3. **Is de post aan de PA aangeboden?** Zo nee, bewaar het technische incident en bied alleen de ontbrekende, gecontroleerde populatie aan zodra dat mogelijk is. 4. **Is er een herleidbaar resultaat?** Bij afwijzing: lees de feitelijke regelmelding, corrigeer de specifieke oorzaak en koppel de nieuwe poging aan het oude controlespoor. Bij onbekend resultaat: onderzoek eerst bij connector en PA; behandel ‘geen bevestiging gevonden’ niet automatisch als ‘niet ontvangen’. 5. **Is de waarde verkeerd of dubbel?** Markeer afwezig en verkeerd afzonderlijk. Volg de ondersteunde correctieroute en controleer daarna zowel bron → PA als PA → bron. 6. **Sluiten de regularisaties aan?** Pas na aansluiting van aantallen, grondslagen, btw- of ontvangstwaarden en resultaatklassen kan de uitzondering worden gesloten. Veelgemaakte fouten zijn een volledige aanlevering opnieuw verzenden omdat één regel ontbreekt, een onbekende uitkomst als afwijzing behandelen, een afwijzing uit het dashboard verwijderen zonder bewijs, of een handmatige correctie rechtstreeks in de PA invoeren zonder terugkoppeling naar ERP en grootboek. Ook riskant is het samenvoegen van meerdere perioden in één herstelbestand zonder periodemarkering. Dat maakt het moeilijk te bewijzen welke wettelijke periode is gerepareerd en vergroot het duplicaatrisico. Het correctieregister vermeldt ten minste de exacte periode, betrokken verrichtingen, klanten of aggregaatsleutels, bedragen, btw, betaalgegevens, foutklasse, oorzaak, oude en nieuwe versie, beslisser, tijdstip en gekoppelde bevestiging. Vermeld of de regel afwezig, verkeerd, afgewezen, dubbel of onbekend was. Stel een interne termijn en escalatie in op basis van eigen risicobeheer, maar presenteer die niet als officiële termijn. Sluit een incident pas wanneer de regularisatie opnieuw is afgestemd en het bewijs exporteerbaar is.

Gids

8. Beoordeel ERP, connector en PA op bewijs en maak een aftekenpakket

Een verkoopdemonstratie is pas nuttig als zij met uw eigen controlesleutels en uitzonderingen wordt uitgevoerd. Vraag ERP-, connector- en PA-aanbieders om concrete exports en laat de financiële, fiscale en datateams samen meekijken. Stel minimaal deze twaalf vragen: 1. Kan het systeem per SIREN, periode en baan de volledige verwachte populatie exporteren, inclusief uitgesloten records met reden? 2. Kan een periode worden bevroren zonder late legitieme mutaties te verliezen, en ontstaat bij heropening aantoonbaar een nieuwe versie? 3. Welke bron-, extractie-, transformatie- en configuratieversie staat bij ieder record? 4. Blijft een interne controlesleutel gekoppeld aan aanleverings-id, PA-controlespoor en iedere nieuwe correctiepoging? 5. Kan een afwijzing op regelniveau worden geëxporteerd met de feitelijke regelmelding en oorspronkelijke waarden? 6. Ondersteunt de oplossing gerichte correcties zonder onbedoelde massale herverzending? 7. Welke bescherming bestaat tegen een dubbel document, dubbel dagaggregaat of herhaalde betaalmelding, en hoe wordt een vermoedelijk duplicaat zichtbaar? 8. Kan de bevestigingshistorie voor een volledige periode als bestand worden geëxporteerd, inclusief nog onbekende resultaten? 9. Kan het financiële team aantallen, grondslagen, btw en ontvangstwaarden per dag, tarief, categorie, valuta en resultaatklasse vergelijken met ERP en grootboek? 10. Zijn deelbetalingen, één betaling over meerdere facturen, terugbetalingen en niet-toegewezen ontvangsten afzonderlijk zichtbaar? 11. Kunnen rollen worden gescheiden voor fiscale classificatie, technische verzending, correctie en definitieve aftekening, met leesrechten voor controleurs? 12. Wie bezit het bewijs bij een incident: de onderneming, de integrator of de PA, en hoe krijgt de onderneming het tijdig in een overdraagbaar formaat? Vraag tijdens de demonstratie om bewijs, niet om een mondeling ‘ja’. Laat één ontbrekende B2C-dag, één verkeerd btw-tarief, één internationale creditnota, één deelbetaling en één onbekende bevestiging verwerken. Exporteer daarna de populatie, correctiehistorie, koppeling van controlesporen en eindtotalen. Een systeem dat alleen groene dashboards toont maar geen herleidbare periodedata kan leveren, biedt het financiële team onvoldoende mogelijkheden voor onafhankelijke controle. Rangschik geen leveranciers op één functie; beoordeel de hele keten en de verdeling van verantwoordelijkheden. Het aftekenpakket voor de eerste periode bevat: afbakeningsblad per SIREN; bevestigde kalender en interne stopzetting; bevroren bronrapporten; selectie- en uitsluitingsregels; transformatieversie; aanleverings- en regeltotalen; PA-resultaatexport; lijst met afwijzingen, onbekende resultaten en duplicaten; correctieregister; aansluiting op relevante grootboek- en btw-controles; en ondertekening door de aangewezen eigenaren. Vermeld expliciet welke verschillen openstaan en of die de interne aftekening blokkeren. Drempels en aftekenregels zijn eigen controles, geen officiële DGFiP-normen. Gebruik de uitkomst om vast te stellen of bestaande software kan worden hersteld, extra connectorcontrole nodig is of een bredere selectie nodig wordt. Een onafhankelijk gereedheidsrapport kan het bewijs, de taakverdeling en de tekortkomingen omzetten in een toetsbare shortlist zonder een leverancier op voorhand aan te bevelen. Leg bij iedere tekortkoming de benodigde export, eigenaar en acceptatietest vast; zo wordt ‘ondersteunt e-reporting’ vervangen door een controleerbaar aankoopcriterium.

Gids

9. Uitgewerkt fictief voorbeeld voor een groep met meerdere entiteiten

**Situatie.** Groupe Atlas is fictief en heeft twee Franse SIREN-entiteiten. Atlas Retail SAS valt in dit voorbeeld onder de normale maandregeling en is vanaf 1 september 2026 in de eerste fase actief; Atlas Services SAS heeft dezelfde kalender maar een aparte bron- en PA-configuratie. De groep gebruikt als aanbevolen interne regel een gegevensstop op 14 september om 12.00 uur en blokkeert aftekening zolang een onbekend PA-resultaat meer dan € 5.000 vertegenwoordigt of een populatieverschil onverklaard is. Deze bedragen en tijden zijn uitsluitend fictieve interne beheersregels, geen DGFiP-termijnen, toleranties of vrijwaringen. Op 7 september wordt alleen een tussentijdse controle uitgevoerd; de periode 1–10 september is nog open. **Verwachte transactiepopulatie na periode-einde.** Atlas Retail verwacht voor 1–10 september twintig B2C-dag-/categorie-/tariefaggregaten, gebaseerd op 1.460 kassabonnen. De belastbare grondslag is € 100.000: € 70.000 tegen 20% met € 14.000 btw en € 30.000 tegen 10% met € 3.000 btw. Atlas Services verwacht twaalf internationale B2B-facturen met samen € 80.000 grondslag en € 3.000 btw volgens de in de bron goedgekeurde behandelingen, plus één creditnota van € 2.000 negatieve grondslag en € 400 negatieve btw. De netto internationale controle is dus dertien documenten, € 78.000 grondslag en € 2.600 btw. Dit voorbeeld trekt geen algemene conclusie over de juiste btw-behandeling van internationale transacties. **Toepasselijke betaalpopulatie.** Het fiscale team heeft twintig ontvangsten op diensten als btw bij ontvangst geclassificeerd. Het werkelijk ontvangen bedrag is € 66.000: € 54.000 gekoppeld aan de 20%-baan en € 12.000 aan de 10%-baan. Het liquiditeitsbeheer bewaart ontvangstdatum, bankreferentie en allocatie; het fiscale team bewaart de grond voor opname. Binnenlandse B2B-e-facturen lopen in dit voorbeeld via verrijking van ‘Encaissée’, internationale B2B-ontvangsten zonder gedeponeerde e-factuur per factuur en B2C-ontvangsten per ontvangstdag. Andere bankbijschrijvingen van € 31.500 zijn met redenen uitgesloten, waaronder kostenrestituties, verlegging en niet-toegewezen gelden. **Afwijking 1 — ontbrekend dagaggregaat.** De eerste extractie bevat negentien in plaats van twintig B2C-aggregaten. Een offline kassa heeft de verkoop van 3 september, 20%-categorie, pas na de nachtlading doorgestuurd: € 2.000 grondslag en € 400 btw ontbreken. Besluit: niet de volledige aanlevering herhalen. Het datateam maakt versie 2 met het ontbrekende aggregaat, koppelt de kassasluitingsstaat en bewaart versie 1. **Afwijking 2 — verkeerd tariefvak.** Een B2C-grondslag van € 600 staat in zowel bron als extractie, maar in de bron tegen 10% (€ 60 btw) en in de transformatie tegen 20% (€ 120 btw). Het totale grondslagverschil is nul, maar de btw is € 60 te hoog en beide tariefvakken zijn verkeerd. Oorzaak is een verouderde productkoppeling. Besluit: het fiscale team bevestigt de 10%-classificatie, het datateam corrigeert de koppeling, test andere verkopen met dezelfde productcode en neemt de regel in versie 2 op. **Afwijking 3 — ontbrekende internationale creditnota.** De twaalf internationale facturen zijn aanwezig, maar de creditnota van 9 september ontbreekt doordat de filter alleen documenttype ‘factuur’ selecteert. Daardoor toont de extractie € 80.000 grondslag en € 3.000 btw in plaats van netto € 78.000 en € 2.600. Besluit: filter uitbreiden, gericht testen op creditnota’s en de negatieve regel met dezelfde documentketen aanleveren. **Afwijking 4 — deelbetaling als volledige factuur gemeld.** Op 6 september is € 12.000 ontvangen op een dienstenfactuur van € 24.000. De connector neemt ten onrechte € 24.000 uit het factuurtotaal over. De betaalextractie is daardoor € 12.000 te hoog. Besluit: werkelijke ontvangst en allocatie uit het liquiditeitsbeheer worden leidend; de melding wordt vóór definitieve verzending gecorrigeerd naar € 12.000 en de resterende open post blijft buiten de ontvangstpopulatie totdat betaling plaatsvindt. **Afwijking 5 — duplicaat na technische herhaling.** Een eerdere verbindingsfout leidde tot een tweede aanbieding van het B2C-aggregaat van 5 september, 20%, ter waarde van € 4.500 grondslag en € 900 btw. Een aanleveringstotaal alleen liet dit niet direct zien, omdat tegelijk afwijking 1 bestond. De omgekeerde PA → bron-test vindt twee PA-controlesporen voor één interne sleutel. Besluit: niet nogmaals herhalen; de PA-route voor correctie of annulering wordt gevolgd en beide controlesporen blijven in het correctieregister. **Afwijking 6 — resultaat onbekend.** Drie internationale documenten met samen € 18.000 grondslag en € 600 btw hebben wel een verzendregistratie, maar nog geen herleidbare bevestiging. Het team noemt ze niet ‘afgewezen’ en verzendt ze niet opnieuw. Connector en PA onderzoeken de koppeling van controlesporen. Volgens de fictieve interne regel overschrijdt € 18.000 de blokkadedrempel van € 5.000, dus de aftekening blijft voorlopig geblokkeerd. **Eindcontrole na gerichte correctie.** Zodra de PA voor alle gerichte correcties en de drie onderzochte documenten een herleidbaar resultaat levert, sluit B2C op twintig aggregaten, € 100.000 grondslag en € 17.000 btw. Internationaal B2B sluit op dertien documenten, netto € 78.000 grondslag en € 2.600 btw. De toepasselijke betaalgegevens sluiten op twintig ontvangsten en € 66.000 werkelijk ontvangen bedrag, gescheiden per tariefbaan en route. Het dubbele aggregaat is niet meer onderdeel van de geldige eindpopulatie, maar blijft zichtbaar in het spoor. Atlas Retail kan pas aftekenen wanneer de periode werkelijk is geëindigd, versie 2 met de bron aansluit en alle PA-resultaten zijn gekoppeld. Atlas Services blijft geblokkeerd zolang de drie onbekende resultaten openstaan; gelijke grootboektotalen zouden dat bewijsgebrek niet opheffen. De eigenaar tekent aantallen, grondslagen, btw- en betaalwaarden af; het fiscale team tekent classificaties af; het datateam tekent versie en naspeurbaarheid af. Daarmee is de beslissing gebaseerd op controleerbare populaties in plaats van op een algemeen groen dashboard.

Checklist

Bevestig per juridische entiteit en SIREN of de verplichting in september 2026 geldt en welk btw-regime de kalender bepaalt.

Leg de officiële termijn, een verantwoordelijke, een vervanger en een duidelijk als intern gemarkeerde gegevensstop vast.

Bevries per periode afzonderlijke populaties voor binnenlandse B2B-e-facturatie, B2C, internationaal B2B en toepasselijke betaalgegevens.

Exporteer opgenomen én uitgesloten records met reden, bron, extractietijdstip en versienummer.

Sluit B2C per dag, categorie en btw-tarief aan op kassasysteem of verkoopbron en bewaar de onderliggende telling.

Sluit internationaal B2B op documentniveau aan, inclusief correcties, creditnota’s, valuta en goedgekeurde fiscale classificatie.

Selecteer betaalgegevens pas na fiscale beoordeling van btw bij ontvangst, verlegging en de optie voor het debetstelsel.

Koppel iedere bron- of aggregaatsleutel aan extractieversie, aanlevering, PA-controlespoor en feitelijk resultaat.

Onderzoek ontbrekende, afgewezen, verkeerde, dubbele en onbekende regels afzonderlijk en corrigeer alleen de begrensde populatie.

Laat de financiële, fiscale en datateams het periodedossier pas aftekenen nadat totalen, uitzonderingen, correcties en bewijs opnieuw zijn aangesloten.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen Franse e-reporting en e-facturatie?

E-facturatie betreft de gereglementeerde uitwisseling van gestructureerde facturen, met name in de betrokken binnenlandse B2B-baan. E-reporting geeft transactiegegevens en, waar van toepassing, betaalgegevens via een plateforme agréée door aan de administratie, onder meer voor B2C en internationaal B2B. Beide staan naast de gewone boekhouding en btw-aangifte; die blijven nodig als bron, controle en wettelijke administratie.

Wie moet in september 2026 al handelen?

Sinds 1 september 2026 moeten volgens Service-Public alle betrokken ondernemingen elektronische facturen kunnen ontvangen. Grote ondernemingen en ETI’s zijn vanaf die datum ook begonnen met uitreiking en e-reporting; kmo’s en micro-ondernemingen volgen daarvoor op 1 september 2027. Bevestig de positie per SIREN en juridische entiteit in plaats van één groepsaanname te gebruiken.

Wanneer is de eerste Franse e-reportingtermijn in september?

Voor een onderneming onder de normale maandregeling is 1–10 september 2026 de eerste tiendaagse transactieperiode en noemt de DGFiP-fiche 20 september als termijn. Op 7 september is die periode nog niet compleet. Andere btw-regimes hebben een maand- of tweemaandelijkse kalender; controleer de actuele officiële fiche en de behandeling van data die geen werkdag zijn.

Welke totalen en bewijsstukken moeten worden afgestemd?

Stem aantallen, belastbare grondslagen, btw per tarief en toepasselijke ontvangstwaarden af op het juiste detailniveau. Bewaar daarbij scope, selectie- en uitsluitingsregels, bronrapport, extractie- en transformatieversie, aanleverings-id, interne sleutel, PA-controlespoor, feitelijk resultaat, correctiehistorie en de brug naar relevante grootboek- en btw-controles. Een gelijk eindtotaal zonder regel- of aggregaatbewijs kan compenserende fouten verbergen.

Worden B2C-transacties per dag of per verkoop gemeld?

De DGFiP-transactiefiche van augustus 2026 beschrijft B2C-transacties en transacties met niet-belastingplichtige personen als dagelijkse aggregaten. Verwachte controles omvatten per vermelde categorie en btw-tarief de dagelijkse belastbare grondslag exclusief btw en de bijbehorende btw. Bewaar intern wel de koppeling met kassabonnen of verkoopregels om een afwijking te kunnen onderzoeken.

Welke ontvangsten zijn meldingsplichtig als betaalgegevens?

Niet iedere bankontvangst is meldingsplichtig. De betaalgegevens zien op verrichtingen waarvoor btw bij ontvangst opeisbaar is, zoals bepaalde diensten en voorschotten op goederen; de DGFiP-fiche sluit onder meer verlegging en de optie voor het debetstelsel uit. Gebruik werkelijke ontvangstdatum en werkelijk ontvangen bedrag per toepasselijk btw-tarief, na fiscale beoordeling en technische matching.

Wat moet ik doen bij ontbrekende, afgewezen of onbekende resultaten?

Bepaal eerst of de brondata bestaan en juist zijn, of dat alleen de transmissie of bevestiging ontbreekt. Bewaar gegevens en incidentbewijs, corrigeer de specifieke oorzaak en vermijd ongecontroleerde massale herverzending. Een onbekend resultaat is niet automatisch een afwijzing of een niet-ontvangen bericht; onderzoek het controlespoor bij connector en PA en sluit de regel pas na hernieuwde afstemming.

Welke mogelijkheden van ERP, connector en PA zijn doorslaggevend?

Belangrijk zijn een volledige export per SIREN en periode, zichtbare uitsluitingen, periode- en configuratieversies, blijvende interne sleutels, koppeling met PA-controlesporen, regelniveau-afwijzingen, gerichte correcties, duplicaatdetectie, exporteerbare bevestigingen en aansluitingen met ERP en grootboek. Daarnaast moeten rolrechten en eigendom van bewijs duidelijk zijn. Laat deze functies met eigen foutgevallen demonstreren in plaats van op productclaims te vertrouwen.

Belangrijke regels, formaten en termen

Europese CommissieEN 16931Richtlijn 2014/55/EUgestructureerde elektronische factuurAfstemming van de eerste Franse e-reportingperiodeFrance

Frankrijk — Landhub

Lees verder

Officiële bronnen

We geven voorrang aan officiële overheids- en EU-bronnen waar beschikbaar en tonen controledatums zichtbaar.