1. Monitoringmodel: één controleketen per factuur
Ontwerp KSeF API-monitoring als een controleketen tussen ERP, integratielaag en KSeF, niet als een simpele beschikbaarheidscheck. Leg bij de start het lokale ERP-factuurnummer of job-ID, de sessiereferentie, de factuurreferentie en verzendtijdstippen vast. Vul die gegevens later aan met de teruggegeven KSeF-status en, zodra aanwezig, het KSeF-nummer. Zo kan support van een boeking naar de technische uitwisseling en terug navigeren. Een praktisch dashboard toont bijvoorbeeld: ERP-job PL-7842, sessie S…, factuurreferentie F…, verzonden om 10:14, huidige uitkomst ‘in verwerking’. De precieze waarden en statussen moeten uit de actuele API-respons komen. Vermijd payloads, tokens, privésleutels en andere credentials in logs; gebruik gemaskeerde identifiers en beperkte toegang. Zonder deze correlatie leidt een incident al snel tot handmatig zoeken, onterecht opnieuw verzenden of een onverklaarbaar verschil tussen ERP en KSeF.